Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bezoldigde secretaris zal, al zal hij aan zijn taak meer tijd besteden, met dezelfde moeilijkheden hebben te kampen als een onbezoldigde, en in vele streken zullen de commissiën te minder nut kunnen stichten, naarmate dat zij meer van de ouders afhankelijk zijn.

Men staat trouwens niet voor het dilemma: óf leerplicht óf commissiën en vereenigingen tot bevordering van geregeld schoolbezoek. Ook na invoering van leerplicht zal de medewerking van het particulier initiatief, ook de medewerking van gemeentebesturen niet kunnen worden gemist. Waar bijv. de verdediger van het in deze paragraaf ontwikkelde stelsel zich zooveel voorstelt van het verleenen van financieele hulp aan ouders, die hunne kinderen wegens armoede niet naar school kunnen laten gaan, daar moet het antwoord luiden: waarschijnlijk is het, dat zich ook na het tot stand komen dezer wet commissiën of vereenigingen zullen vormen om arme ouders in staat te stellen aan de leerverplichting te voldoen; verwacht mag worden dat, voor zoover het particulier initiatief te kort schiet, de gemeentebesturen niet in gebreke zullen blijven daarin te voorzien.

Als tweede middel wordt aangegeven een betere aansluiting van de schooluren aan het leven. Erkend wordt gaarne, dat een doelmatige door de bevoegde autoriteit vastgestelde regeling der schooluren van groot belang is. Dat in dit opzicht reeds alles wordt gedaan, wat mogelijk is, zal niet worden beweerd. Te veel moet men zich echter ook van dit middel niet voorstellen. In verschillende gemeenten heeft men de proef genomen met een regeling, waarbij in de zomermaanden het onderwijs in de morgenuren werd geconcentreerd en de school reeds in den vroegen ochtend 0111 zeven uur werd geopend, maar de resultaten waren zoo weinig gunstig, dat men al spoedig besloot tot de oude regeling terug te keeren. /,eer wel is het mogelijk, dat na invoering van leerplicht proefnemingen in die richting beter zullen gelukken, maar zonder leerplicht kan blijkens de ervaring ook dit middel niet baten. In alle landen, waar leerplicht bestaat, vindt men — zoo verklaart deze bestrijder - een betere aansluiting van de schooluren aan het leven. Ligt daarin niet de erkenning opgesloten, dat die aansluiting gemakkelijker wordt verkregen, indien Nederland het voorbeeld van andere landen volgt en begint met de leerverplichting in te voeren ?

In de derde plaats wordt veel heil verwacht van het opwekken van de belangstelling der leerlingen. Zeer zeker zal die opwekking ook na het tot stand komen van dit wetsontwerp hoogst gewenscht, zoo niet onmisbaar blijven. Over de beste wijze 0111 de belangstelling te prikkelen wordt echter nog voortdurend door deskundigen getwist. Het uitloven van prijzen aan de jeugd wordt door velen als onpaedagogisch ten zeerste afgekeurd. Het meergenoemde lid vindt zelfs daarin weinig goeds. Het geeft niet veel, zoo is zijn eigen conclusie, «omdat de prijzen gewoonlijk ten deel vallen aan hen, die ook zonder belooning geregeld de school bezoeken.* Meer heil ziet hij in kleine belooningen, inschrijvingen op spaarbankboekjes. Ondergeteekende zal dit middel, zoo het met beleid en takt wordt toegepast, zeker niet onvoorwaardelijk veroordeelen, maar zijn daaraan niet eenigerrnate dezelfde bezwaren verbonden als aan het uitloven van prijzen r

Sluiten