Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oorspronkelijk Ontwerp.

Gewijzigd Ontwerp.

als leerling op eene lagere school geplaatst is en nog niet op grond van artikel 3, tweede of derde lid, buiten de leerverplichting valt, die school niet geregeld bezoekt, terwijl niet blijkt van eenige geldige reden van tijdelijk schoolverzuim, noch dat de voor het nakomen der verplichting aansprakelijke persoon het redelijkerwijs mogelijke deed om het , schoolverzuim te voorkomen.

Art. 6 (nieuw) geeft eene formuleering van de niet-nakoming der door deze» wet opgelegde verplichting en wordt in verband met de strafbepalingen nader toegelicht hiervoren in § 11 der algemeene beschouwingen.

Art. 4. Ouders, voogden en verzorgers zijn van de naleving der in artikel 1 opgelegde verplichting vrijgesteld, zoolang :

i°. zij eene vaste woonplaats missen;

Art. 7. Ouders, voogden en andere in artikel 1 genoemde verzorgers zijn van de naleving der in artikel 1 opgelegde verplichting vrijgesteld, zoolang:

i°. zij eene vaste woonplaats missen;

Art. 4, 1°. (nieuw art, 7, 1°.). Dat ouders, die met hunne kinderen van plaats tot plaats rondzwerven en een vagebondeerend leven leiden zonder zich op dezelfde plaats langer dan 28 dagen op te houden, door deze wet niet worden getroffen is juist. Ware er een middel om ook de kinderen van zulke ouders onder den leerplicht te brengen, ondergeteekende zou het gaarne aangrijpen, maar ook in het Yoorloopig Verslag wordt dergelijk middel niet aangegeven. Wat gedaan kon worden, is gedaan door de bepaling van art. 8 (oud art. 5), dat bij het gewijzigd ontwerp nog is uitgebreid. Men vergete hierbij niet, dat naast deze wet ook een wetsontwerp regelende de ontzetting uit de ouderlijke macht bij de Tweede Kamer aanhangig is.

Bij de aanstaande herziening van de wet tot regeling van het lager onderwijs zal worden nagegaan, in hoeverre het mogelijk is bepalingen op te nemen, om kinderen, die tijdelijk in eene gemeente vertoeven, niet mede te tellen onder de ingeschreven kinderen, bedoeld in art. 24 dier wet. Blijkbaar is bij de behandeling der wet aan dit belangrijke punt geen voldoende aandacht gewijd.

Zonder het subsidieeren van verplaatsbare scholen in beginsel af te keuren, ducht ondergeteekende geen tegenspraak, indien hij beweert, dat een dergelijke regeling in deze wet niet te huis behoort.

' Door woonplaats in art. 27, a; (oud art. 19, a) is voor de personen, bedoeld in art. 8 (oud art. 5), te verstaan de tijdelijke verblijfplaats, waar zij ingevolge laatstgenoemd artikel geacht worden voor de toepassing dezer wet vaste woonplaats te hebben. Zooals

8

Sluiten