Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oorspronkelijk Ontwerp. Gewijzigd Ontwerp.

in hooger beroep komen bij den districts-schoolopziener, die binnen drie weken beslist en onmiddellijk van zijne beslissing aan den belanghebbende kennis geeft en tevens aan den arrondissements-schoolopziener, indien hij de beschikking van dezen ambtenaar handhaaft.

Tot aan den dag der eindbeslissing zijn de ouders, voogden of verzorgers van de verplichting, bedoeld in artikel I, vrijgesteld.

schoolopziener, die binnen drie weken beslist. Bij gunstige beslissing plaatst deze ambtenaar zijne handteekening op de verklaring. Hij geeft onverwijld van zijne beslissing kennis aan den belanghebbende en aan den arrondissements-schoolopziener.

Tot aan den dag, waarop de eindbeslissing te hunner kennis wordt gebracht, zijn de ouders, voogden of andere in artikel I genoemde verzorgers van de verplichting bedoeld in artikel i, vrijgesteld.

Art. 8 (nieuw art. 10). Indien het opmaken van de hierbedoelde verklaring voor sommigen bezwarend mocht zijn. dan twijfelt de ondergeteekende niet. of hun zal door autoriteiten of anderen wel de noodige hulp worden verleend.

De redactie van het tweede lid van dit artikel is eenigszins gewijzigd. Ook zijn de woorden of een der scholen ingevoegd.

De opmerking dat naar de redactie van het artikel het hooger beroep zal kunnen loopen over de daar bedoelde overtuiging van den arrondissements-schoolopziener, heeft den ondergeteekende bevreemd. Iedere rechter of iedere autoriteit, die eene uitspraak heeft te doen ot eene beslissing te nemen, heeft die uitspraak of beslissing te gronden op de door hem of door haar verkregen overtuiging omtrent het recht of de waarheid. Volgens de leden, die hier aan het woord waren, zoude dus. in ieder geval van hooger beroep, dat beroep loopen over de overtuiging van hem, die in eene vroegere instantie uitspraak heeft gedaan.

Dat het beter zoude zijn het hooger beroep niet aan den districtschoolopziener. doch aan den inspecteur op te dragen, kan niet worden toegestemd.

Het ontmoet bezwaar, de woorden «onmiddellijk* en * onverwijld» hier en in de artikelen 13, 20 en 21 (oud 10 en 18) door een bepaalden termijn te vervangen. Wanneer men voor de mededeeling van beslissingen of voor toezending van waarschuwingen, welke mededeeling of toezending terstond na het nemen der beslissing moet plaats hebben, een termijn gaat stellen, dan moet die termijn wegens de mogelijkheid van onvoorziene omstandigheden ruimer genomen worden, dan als regel noodig is. Daardoor zou dus in vele gevallen eene vertraagde toezending in de hand gewerkt worden.

De beide opmerkingen, ten slotte bij dit artikel gemaakt, zijn juist. Daaraan is gevolg gegeven.

Art. 11. Een kind, dat op eene lagere school geplaatst is,

Sluiten