Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oorspronkelijk Ontwerp. Gewijzigd Ontwerp.

Artt. 15, 16, 17 en 18 (nieuw artt. 20, 21 en 22). Door de wijziging van het wetsontwerp, waarin thans scherp wordt onderscheiden Uisschen het volstrekte en het betrekkelijke schoolverzuim en de voorschriften omtrent de administratieve behandeling in één artikel zijn opgenomen, worden de bezwaren tegen de artt. 15, 16, 17 enl8(oud"> hier onder één hoofd behandeld.

Zoowel ten aanzien van het absolute schoolverzuim (art. 20, § 1) als van het relatieve schoolverzuim (art. 21, § 1) is het onderzoek, door den schoolopziener in te stellen zoo eenvoudig mogelijk geregeld. Hij heeft de lijsten en opgaven door hem ontvangen, na te gaan, natuurlijk in verband met de door hem, ingevolge art. 17 gehouden aanteekeningen. Blijkt hem uit dit onderzoek van geene wettelijke vrijstelling of van een verzuim, dat niet gewettigd of verschoonbaar wordt geacht, dan heeft hij eene schriftelijke aanmaning te zenden aan den aansprakelijken persoon.

De aanmaning moet zoo spoedig mogelijk geschieden. Het stellen van een termijn gaat bezwaarlijk. Het wijzen op de gevolgen van verder verzuim is eene quaestie van vorm der aanmaning, waaromtrent den arrondissements-schoolopziener door den Minister voorschriften kunnen worden gegeven.

Bevindt de arrondissements-schoolopziener, ingeval van volstrekt schoolverzuim, dat binnen veertien dagen aan de aanmaning niet is voldaan, dan wordt ingevolge § 2 van art. 20 door hem daarvan kennis gegeven aan de plaatselijke commissie van toezicht, of waar deze ontbreekt aan burgemeester en wethouders.

Ingeval van betrekkelijk schoolverzuim, geschiedt ingevolge § 2 van art. 21 gelijke kennisgeving, indien de overtreding wordt herhaald binnen zes maanden, nadat de aanmaning, bedoeld in § 1 van dat artikel ter kennis van den aansprakelijken persoon is gebracht.

Zoowel in geval van volstrekt als in dat van betrekkelijk schoolverzuim, wordt de aansprakelijke persoon opgeroepen, om voor de commissie of voor burgemeester of wethouders te verschijnen, die hem op zijne verplichting wijzen en ernstig waarschuwen.

Ingeval van niet-verschijnen, geschiedt de waarschuwing langs anderen weg. Dat kan schriftelijk geschieden of wel door een persoonlijk bezoek van een der leden van de commissie of van het college van burgemeester en wethouders.

Bij nadere overweging is het wenschelijk voorgekomen het stellen der vraag, bedoeld in het derde lid van artikel 17 (oud), alsmede de aanplakking van den naam, enz. aan het raadhuis, bedoeld in het derde en vierde lid van dat artikel en in art. 18 (oud) te doen vervallen.

De termijn van zes maanden is behouden. De ondergeteekende kan niet inzien, dat die termijn te streng is. Terecht is ook in het Voorloopig Verslag opgemerkt, dat de verplichting doorloopend is, zoodat het niet zoude aangaan, verzuimen in een vorig schooljaar begaan, buiten rekening te laten.

Ook deelt hij niet in de meening, dat de taak, waarmede hier de plaatselijke commissiën of burgemeester en wethouders worden belast, beneden de waardigheid van die colleges is. Er is integendeel eene onderscheiding in gelegen, dat hun invloed hooger wordt gesteld, dan die van den arrondissements-schoolopziener, aangezien hun wordt opgedragen eene poging te doen, om nalatigen in het rechte spoor te

Sluiten