Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oorspronkelijk• Ontwerp.

Gewijzigd Ontwerp.

3°. bij een volgens artikel 25, vijfde lid, voortgezet onderzoek niet van genoegzame verbetering blijkt;

kan een volledig bewijs van elke dezer omstandigheden opleveren.

Art. 28 (nieuw). Over de bewijsmiddelen en de toelaatbaarheid van tegenbewijs is reeds hiervoren in § 11 der algemeene beschouwingen gehandeld.

Voor zooveel de verklaringen van den arrondissements-schoolopziener gebaseerd zijn op een door hem ingesteld onderzoek, moest uitdrukkelijk worden verklaard dat zij volledig bewijs van de overtredingen kunnen opleveren. De hier gekozen uitdrukking stemt overeen met die, welke in het Wetboek van Strafvordering gebezigd is. Deze verklaringen zijn als zoodanig volkomen betrouwbaar; andere eischen ten aanzien van het bewijs zijn uit een practisch oogpunt door de wet niet te verlangen. Acht de rechter in een gegeven geval deze verklaringen voor het vestigen zijner overtuiging onvoldoende of wil hij aanvulling van het bewijs gelasten, dat recht blijft hem onverkort gelaten.

Dat de toezending der aanzegging, bedoeld in art. 21, § 3, bewezen wordt door eene ambtseedige verklaring van den schoolopziener, behoeft niet te worden gezegd. Vermits hij hier eene persoonlijke handeling van hemzelven constateert, volgt dit van zelf uit art. 401 Wetboek van Strafvordering.

Art. 29. De gemeenteraad is j bevoegd bij verordening te bepalen, dat, onder bij die verordening te stellen voorwaarden, ambtenaren der politie gemach| tigd zijn, een kind, dat zij gedu| rende de schooltijden op den open¬

baren weg aantreffen, te brengen naar het hoofd der school, tot welker leerlingen het kind behoort.

Art. 25. De lijsten en formulieren van verklaringen, bedoeld bij de artikelen 7, 8, 13 en 14, alsmede de aanplakking en de kennisgeving van de aanplakking, bedoeld bij de artikelen 17 en 18 worden ingericht naar, door den Minister, met de uitvoering van de wet tot regeling van het lager onderwijs belast, vast te stellen modellen.

Art. 30. Het formulier deiverklaring en de lijsten, bedoeld in de artikelen 10, 18 en 19, worden ingericht naar, door den Minister, met de uitvoering van de wet tot regeling van het lager onderwijs belast, vast te stellen modellen.

Sluiten