Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oorspronkelijk• Ontwerp. Gewijzigd Ontwerp.

()]> de vraag naar opgaven van het aantal onderwijzers, die thans nog ontbreken, om aan de eischen van art. 24 der wet tot regeling van het lager onderwijs te voldoen, kan worden medegedeeld, dat blijkens een opzettelijk ingesteld onderzoek naar den toestand van 1 Juli 1898 op de openbare scholen een incompleet was van 220 onderwijzers en dat, volgens den toestand van 1 Juni 1898, op de bijzondere lagere scholen een tekort was van 260 onderwijzers, om op 1 Januari 1899 aan de voorschriften der wet te voldoen. Hierbij is echter in het oog te houden, dat bij de openbare scholen onder het cijfer van 220 waren begrepen 41 vacatures, die een gewoon verloop hadden, en dat hoewel de Regeering over geene gegevens beschikt om dit met zekerheid te zeggen, het toch wel waarschijnlijk kan worden geacht, dat onder het cijfer van 260 bij de bijzondere scholen eveneens gewone vacatures zullen zijn begrepen. Verwacht mag worden dat er bij de aanstaande voorjaarsexamens wel zoovele akten zullen worden behaald, dat na dien tijd èn de openbare èn de bijzondere scholen wel het aantal onderwijzers zullen kunnen verkrijgen, dat volgens de wet verplicht is.

Verder werd in het Voorloopig Verslag opgemer-kt, dat eenige voorziening noodig is ter zake van de uitvoering van art. 13 (oud art. 10), aangezien in het eerste halfjaar na de invoering der wet niet is uit te maken, of de kinderen gedurende zes maanden aan de daar bedoelde aanvragen voorafgaande, de school geregeld hebben bezocht. Aan die opmerking is gevolg gegeven door de nu vervallen overgangsbepaling van art. 29 (oud) door art. 36 (nieuw) te vervangen.

Art. 30. Deze wet kan vvor- Art. 37- Deze wet kan worden aangehaald onder den titel den aangehaald onder den titel van : „ Wet op den leerplichtvan : Leerplichtwet.

Art. 30 i^nieuw art. 37). Aan den wensch, om aan deze wet den titel te geven van «wet op den schoolplicht of schooldwang» kan niet worden voldaan. Zooals reeds werd opgemerkt, strekt de wet wel degelijk tot invoering van leerplicht, hetzij op school, hetzij te huis. De titel: «leerplichtwet* schijnt echter boven dien van «wet op den leerplicht» de voorkeur te verdienen.

Art. 38. Deze wet treedt in

Art. 31. Deze wet treedt in werking op een nader door Ons vast te stellen tijdstip.

Alsdan vervallen de artikelen 80 en 81 der wet tot regeling van het lager onderwijs.

werking op een nader door Ons vast te stellen tijdstip, met dien verstande dat artikel 35 niet in werking treedt vóór 1 November 1903.

Bij het in werking treden dezer wet vervallen de artikelen 80 en 81 der wet tot regeling van het

1 lager onderwijs.

Art. 31 (nieuw art. 38). De ondergeteekende heeft bezwaar dit artikel in dien zin te wijzigen, dat het in werking treden afhankelijk wordt gemaakt van een nader in te dienen wet. Daardoor zou de zaak niet bevorderd, maar vertraagd worden. Aan de Regeering

Sluiten