is toegevoegd aan uw favorieten.

Aanteekening op de grondwet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zins te verbloemen, dat ik tevens schreef met het oog op eene herziening, waarvan de noodzakelijkheid sedert lang kon worden bevroed. Zij werd reeds op den 20 Januarij 1831 van Koninqswege in de Tweede Kamer der Statengeneraal aangekondigd 1. De onbekrompen zin dier aankondiging beantwoordt volkomen aan den vrijen stand, dien Gouvernement en Vertegenwoordiging, voor zulk eene, anders bedenkelijke, ja hagchelijke taak, op dit tijdstip bij ons hebben. Een zoo gelukkig oogenblik komt zeldzaam. Om het te verzuimen, staat er te veel op 't spel, en het spel is welligt niet zoo moegelijk te winnen. Men denke verschillend over de hoofdbeginselen onzer Grondwet; maar wie zal het niet voor noodig houden, dat zij met zich zelve, en dat de instellingen, er uit geboren, met die beginselen eenstemmig zijn? Niemand zal willen, dat wezenlijke leemten en gebreken.

') »Onder deze omstandigheden roept onze eigene Staats»huishouding de bijzondere aandacht in, en het oogenbhk ts »daar, om in de Grondwet van het Koningrijk die wijzigingen „te brengen, welke hare toepassing alleen op Noord-Nederland,

*ten gevolge der scheiding, vordert. Z. M. zal dit werk doen »voorbereiden, en binnen kort eene wet over dit onderwerp aan » UEd. Mog. voordragen, bij welke gelegenheid tevens zal kun„tien overwogen worden, of het doelmatig zij, om de daarstel„ ling van het beginsel der ministeriële verantwoordelijkheid, i> hetwelk thans geen deel van ons Staatsregt uitmaakt, in aan»merking te nemen, en of de ervaring ook de voordragt van »nadere wijzigingen der Grondwet geacht zou kunnen worden taan te raden "