Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 6, 7.

collegien, behoort in allen gevalle geen onderscheid te maken. Zie op Art. 83.

B. Zooveel aangaat de plaatselijke Besturen:

a. De vereischten om tot lid van het gemeentebestuur te kunnen worden gekozen. Reglement voor het bestuur d. sted. art. 44. Reglement op het bestuur ten platten lande art. 3, 4, 5.

b. Redenen van uitsluiting. Reglement voor het bestuur der steden art. 45-51. Reglement op het bestuur ten platten lande art. 6-10.

Vele der zoo even gemaakte aanmerkingen vinden hier op nieuw toepassing. Zie op Art. 130, 131, 152.

Oefening van het stemregt is in art. 6 denkelijk gezegd bij navolging van het voorgaande artikel. Wat men bedoelde, had men zuiverder uitgedrukt met eenvoudig te schrijven: het stemregt. Zoo als de fransche tektst der Grondwet van 1815 zeide : le droit de voter.

In Art. 6 is gehandeld over die politische regten der ingezetenen, welke louter plaatselijk of provinciaal zijn; Art. 7 en 8 spreken van de bevoegdheid om zoodanige publieke bedieningen te bekleeden, welke de algemeene regeling of het algemeene bestuur van den Staat aangaan.

Art. 7 1. Voorregt en voorwaarden van het inboorlingschap in den engeren zin.

') Art. 7. Tot leden der Staten-Generaal, hoofden of leden van de Departementen van Algemeen Bestuur. leden van den Raad van State, Commissarissen des Konings in de provinciën, en leden van den Hoogen Raad, kunnen alleenlijk benoemd worden Nederlandsche inge-

Sluiten