Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 8.

contractu noemden, noemt hij »soodanige verbinte»nisse, die, als of daer toesegginge ware, door wet«duyding buyten overkoming ontstaet1het romeinsche quasi delictum »misdaet door wet-duyding2." Men ziet, bij zijn gebruik van het woord, schoon wij het soms door «krachtens de wet" zouden kunnen vertalen, ligt steeds het begrip ten gronde, dat de wet iets aanneemt wat niet is.

De zamenhang leert, dat onder wetduiding in art. 8 zoodanige wet moet worden verstaan, die personen. welke niet reeds van wege de geboorte nederlanders zijn, ten gevolge van zekere andere feiten voor nederlanders verklaart. Men kan dit noemen: naturalisatie door de wet zelve3. Of men onderstelt, dat die wet aan zulke personen nederlandsche geboorte toedicht, dan niet, moge onverschillig zijn. Dan waar is die wet ? Is het de burgerlijke wetgeving ? Zij brengt. wat zoo even als naturalisatie door de wet zelve werd gekenmerkt, te weeg in twee gevallen, beschreven bij art. 5 n°. 3 en art. 6. Doch wierd zij bedoeld, zij moest in ons artikel met name zijn genoemd. Want eene privaatregtelijke wetduiding geeft, op zich zelve, geen staatsregtelijke bevoegdheid. Er moet dus worden gedacht aan eene bijzondere, publiekregte-

») III. 26. § 1. p. 318. Vergel. III. 29. § 2. p. 327, en § 7. p. 328.

!) III. 38. § 1. p. 357.

3) Eene naturalisatie, waarvan in vreemde, en ook in onze Constitutien onderscheidene voorbeelden worden gevonden. B. v Constitut. fran^. de 1791 Tit. II. art. 2, 3. Constitut. de la rép. fran{. de 1795 art. 10; de 1799 art. 3; Staatsregel, v. 1798 art. 11 a; v. 1801 art. 24. no 3.

Sluiten