Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 13-19 , 21, 22, 27 , 23.

Voor het overige zou men wel eene reden kunnen vermoeden, waarom de Grondwet v. 1814 juist aan de nakomelingen van Prinses Carolina geen ruimer regt, dan de instelling v. 1747 medebragt, wilde geven. Dat echter ook de tegenwoordige Grondwet in art. 22 mannelijk oir liet staan, dit is waarschijnlijk bij verzuim geschied, alsof de dochters van het Huis van Nassau-Weilburg en hare nakomelingen nimmer aanspraak hadden op de kroon, die zij toch hebben uit art. 27.

De slotwoorden van art. 211, een artikel, dat men, bij de herziening van het vorige jaar, zonder schade uit de Grondwet kon hebben geligt, zijn eene omschrijving van het onmiddellijk voorgaande woord wettige. Zij waren, van wege art. 12, overtollig.

De orde van erfopvolging, in de Grondwet v. 1814 vooral ten aanzien der vrouwen onvolledig bepaald, scheen in 1815 uitvoeriger te moeten worden geregeld 2. Daartoe strekken de nieuwe artikelen 16. 17, 18 en 19 s.

Het is het gewone stelsel van erfregt der duitsche Vorstenhuizen.

Art. 23 *. Eene uitzondering, overgenomen van

') Uit zoodanig nader huwelijk, als door dezelve, overeen• komstig art. 12, mogt worden aangegaan

") Zie het Rapport der Commissie v. 1815 p. 58.

3) Vergel. Kaepsaet, Journal des séances, 1. c. p. 67.

') Art. 23. Wanneer bijzondere omstandigheden eenige verandering in de opvolging van den troon mogtev noodzakelijk maken, is de Koning bevoegd daaromtrent eene voordragt te doen aan de Staten-Generaal,in eene vereenigde zitting van de beide Kamers. In dat geval wordt, de Tweede Kamer opgeroepen in dubbelen getale.

Sluiten