Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 50.

Art. 50 1, uit de Grondwet van 1814 art. 278, die geput had uit de Schets art. 20, overgenomen, is slechts in zooverre niet enkel herhaling van vorige artikelen, als het voorschrijft, dat de Statengeneraal in de drie genoemde gevallen, eer zij er in voorzien, plegtiglijk moeten verklaren welk geval er bestaat3; overeenkomstig, zoo het schijnt, met den vorm, waaraan art. 227 verandering of bijvoeging in de Grondwet onderwerpt. Zoo 't schijnt; want wat de Grondwet wil, zegt zij niet duidelijk. Wordt ook hier eene wet gevorderd ? Maar eene wet, van de Statengeneraal alléén, zonder medewerking van het koninklijk gezag ? De reden, weshalve art. 227 eene wet eischt, is klaar. Zij is het hier geenszins. Op de ontvangst van die wet kiezen, volgens art. 228, de provinciale Staten de buitengewone leden, die met de gewone de Tweede Kamer in dubbelen getale moeten uitmaken. Moet die keuze, in de gevallen

') Art. 50. Indien de Koning aan de Staten-Generaal geen troonopvolger heeft voorgedragen (art. 24); indien gezamenlijk met denzelven geene voogdij over den minderjarigen Koning i» beraamd (art. 39); indien er geen Regent is benoemd (art. 42); verklaren de Staten-Generaal plegtiglijk welk geval bestaat, en voorzien daarin vervolgens op de gronden hiervoren gelegd bij art. 26 , 40 en 43.

■) Indien de Souvereine Vorst geene der schikkingen, bij art. 9, 20 en 23 vermeld, met de Staten Generaal beraamd heeft, verklaren deze plegtiglijk, welk geval er bestaat, en voorzien daarin vervolgens op de gronden hier voren gelegd.

3) Opmerkelijk, dat de fraDsche vertaling juist de woorden, om welke alléén het artikel niet overtollig is, wegliet.

Sluiten