Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 51, 52, 53.

luister der inhuldiging door onderscheiden nieuwe plegtigheden willen verhoogen.

Zoo eischte men eene openbare zitting, aan de Grondwet v. 1814 onbekend. Zoo werd, naar den wensch van de zuidnederlandsche leden der Commissie van 1815, die het oud gebruik hunner provinciën deden gelden, het houden der vergadering onder den blooten hemel vastgesteld 1; eene verpligting, naar den wensch van de Afdeelingen der Tweede Kamer in 1840 weder afgeschaft2. Zoo werd het voorlezen der geheele Grondwet verordend, dat den beoogden indruk wel eens zou kunnen missen; waarom men er zich ook, bij de herziening, in diezelfde Afdeelingen tegen verklaarde 3:

Ook den eed, door den Koning te doen, en die in de Grondwet v. 1814, volgende de Schets van Hogendorp, kort en eenvoudig was, heeft onze Grondwet veel uitgebreid 4. Het formulier werd in 1815, zoowel als dat van den huldigingseed der Statengeneraal, namens de commissie daartoe benoemd, voorgesteld door Raepsaet5. Hij zegt echter, den vorm van vraag en antwoord te hebben gewild, die niet werd aangenomen. Het ware de vorm van den engelschen Koningseed geweest6.

') Raepsaet, Jonrnal, 1. e. p. 69.

:) Zie Handelingen, bij Belinfante uitgegeven, I p. 36. 65. 79. 108. 127, 128. Wet v. 4 Sept. 1840 (Stbl. n°. 49). 3) Handelingen, I p. 40. 67. 82. 135.

) Vergelijk den eed, aan den Koning van Holland voorgeschreven, Staatsregel, v. 1806 art. 56.

s) Journal, 1. c. p. 79 sqq.

6) Zie Blackstone, Comment. I c. 6.

Sluiten