Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 51, 52, 53.

komen, alle medewerking tot na den eed te wei-

ggrgj),

Te Amsterdam, naar de Grondwet v. 1814art. 30, hoofdstad. In de voormalige Republiek, meer Bondgenootschap dan Staat, kwam eene hoofdstad niet te pas. Doch eene van de eerste handelingen van Koning Lodewijk was, Amsterdam tot hoofdstad te verklaren. Het bleef bij de verklaring niet. Het nieuwe Rijk moest, vooral naar de begrippen van den franschen Koning, eene hoofdstad hebben. die met der daad middenpunt ware, en, door overwigt van aanzien en vermogen, de steun kon worden van eene meer en meer gecentraliseerde regering. Zoo men in het Koningrijk Holland naar een Parijs zocht, het was buiten twijfel Amsterdam. Daarheen werd dan ook, nadat de Koning voorloopig een tijdlang in Utrecht had gewoond, in 1808 de zetel van het Gouvernement en de hofhouding overgebragt. In November 1808 kwam het Wetgevend Ligchaam daar

voor het eerst bijeen 1.

Amsterdam bleef ook vervolgens, na de inlijving van het Land bij het fransche Keizerrijk, werkelijke hoofdstad, zetel der algemeene regering. Na de vrijwording liet men aan Amsterdam de eer, waarop het, na al die antecedenten, aanspraak had; maar in 't wezen kwam men terug tot de oude instelling der Republiek, onder welke 's Hage zonder hoofdstad te zijn, de bestendige vergaderplaats was geweest zoo van de Staten en het gouvernement der Provincie

') Docum. histor. sur la Hollande, II p. 32-35, 147-149, 168 sq., 192, 250 aqq., 277, 311, 313, 315 sq.

Sluiten