Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij kennen doorgaans aan den Vorst, als hoofd van den Staat, »die gesammte Staatsgewalt," op grondwettige wijze te oefenen, uitdrukkelijk toe1. Men verkrijgt aldus een geheel, waaruit elke leemte der analytische beschrijving kan worden aangevuld. Dan men treedt tevens van het praktisch gebied eener naauwgezette, stellige begrenzing over op dat van eindelooze redenering en gevolgtrekking.

Geene dergelijke algemeene, 'tzij van theoretische inzigten, 't zij van historische feiten of antecedenten ontleende, bepaling van het koninklijk gezag komt in

de Grondwet voor.

De reden is vooreerst te zoeken bij de bron, bij de volstrekt niet theoretische Schets van Hogendorp.

v. 1820 §4. 73; ?an Keurhessen v. 1831 § 10. 66; van Saxen y. 1831 § 4. 87. 88; van Bronswijk v. 1832 § 3. 5; van Hannover v. 1833 § 6. 87. Vergelijk de Constitutie van het Koningrijk Holland v. 1806 art. 26, add. art. 34; coll. art 38 en 51 der Staatsregeling van 1805. Fransche Charte v. 1814 art. 13. 14. Constitutie van Polen v. 1815 art. 35; vergeleken met de Constitution du Duché de Varsovie v. 1807 art. .

>) Overeenkomstig met art. 57 der Weener Slotacte v. 8 Junii 1820: «Da der Teutsche Bund, mit Ausnahme der freien •Stadte, aus souverainen Fürsten besteht, so muss, dem hier.durch gegebenen Grundbegriffe zufolge, die gesammte btaats»ge walt in dem Oberhaupte des Staats vereinigt bleiben, und »der Souverain kann durch eine landstandisehe Yerfassung nur »in der Ausübung bestimmter Rechte an die Mitwirkung der •Stande gebunden werden." Een beginsel, dus van toepassing in het Hertogdom Limburg. Men stelde eene theorie tot uitsluiting eener andere. Het voorschrift was eigenlg bes em ^ om zulk eene ontwikkeling der .landstandisehe Yerfassungen te keeren, die aan den Vorst slechts den stand eener republikeinsche overheid liet.

Sluiten