Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het gekroonde hoofd niet verantwoordelijk is voor de daden zijner regering. Men noemt die eigenschap, naar het fransche taalgebruik, veelal onschendbaarheid; hetgeen verleid heeft tot de naauwe opvatting, alsof enkel geregtelijke aantastbaarheid wierd uitgesloten. Dit is echter slechts één der uitwerkselen eener stelling, die in 'talgemeen zegt, dat het oordeel over handelingen van regering den persoon des Konings niet kan treffen. Zij rust op de scheiding, welke de wet aanneemt, tusschen de eerste en den laatsten. Zij verbiedt, dezen toe te rekenen wat door zijn gouvernement werd misdaan.

Van waar de eenparige zorg der Staatswetgevers onzer eeuw, om die stelling te bekrachtigen ? Spreekt de onverantwoordelijkheid der oppermagt niet van zelfs? Het is niet deze, waarop het hier aankomt. De onverantwoordelijkheid der oppermagt, zooverre men daaronder de uitoefening der vorstelijke regten verstaat, is in de constitutionele wetgeving onzer dagen geenszins erkend. Het tegendeel is er in vastgesteld. En ziedaar juist de reden. Hetwasnoodig te verhoeden, dat de Vorst in de constitutionele aansprakelijkheid voor het gebruik zijner magt individueel wierd betrokken. Welk toch was, zoo dit aan het openbaar oordeel vrijstond, het onderscheid tusschen het gekroonde hoofd en een erfelijk ambtenaar? Welke moesten de gevolgen zijn ?

Zelfs geregtelijke aantastbaarheid ware dan niet, tenzij willekeurig, af te wenden. Geregtelijke onschendbaarheid onderstelt politische niet-verantwoordelijkheid. Mag het publiek in de regeringshandelingen den vorstelijken persoon veroordeelen, waar is

Sluiten