Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 55 , 56.

voegdheid uit dat onjuiste verband van redenering losgemaakt, en afzonderlijk bekrachtigd heeft.

Art. 56 !. Het souverein besluiten van oorlog en vrede maakt met het regt, dat in het volgende artikel aan den Koning wordt opgedragen, het wetgevend deel uit van de regering der buitenlandsche betrekkingen. Het is eene magt om den uitwendigen toestand van den Staat te bepalen. Ook had de Staatsregeling v. 1798 art. 502 het besluiten tot oorlog voorbehouden aan het Vertegenwoordigend Ligchaam, en moest, onder alle volgende Staatsregelingen, 1801 art. 39 5,

') Art. 56. De Koning verklaart oorlog, en maakt vrede ; Hij geeft daarvan kennis aan de beide Kamers der Staten-Generaal met bijvoeging van alle de openingen, welke Hij met het belang en de zekerheid van het Rijk bestaanbaar oordeelt.

:) Art. 50. Aan dit Lichaam behoort uitsluitenderwij ze: b. Het besluiten tot oorlog.

Art. 142. Ten aanzien van het aangaan van oorlog, zal het Uitvoerend Bewind mogen treden in onderhandelingen, doch geen besluit nemen; zijnde in dat geval verpligt tot het doen van een met redenen bekleed voorstel aan het Vertegenwoordigend Lichaam.

Art. 143. In geval van gedreigde of daadlijke vijandelijkheden , geeft Hetzelve daarvan ten spoedigste kennis aan het Vertegenwoordigend Lichaam. Intusschen kan Hetzelve voorlopige bedingen tot onzijdigheid van eenige plaatsen, of wel van de geheele Republiek, gelijk ook overeenkomsten tot stilstand van waapenen aangaan —: alles onder nadere goedkeuring van het Vertegenwoordigend Lichaam.

3) Ten aanzien van het verklaren van oorlog mag het Staatsbewind geen besluit nemen, zonder Decreet van het Wetgevend Ligchaam.

Sluiten