Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 57.

gang, dat geen afstand of ruiling ™n grondgetaed buiten de Statengeneraal behoorde te g«ch,eden. Eene commissie, benoemd om verslag te doen oveart.37 en 38 der Grondwet v. 1814, koos een midden tus schen dat gevoelen en het stelsel der Grondwet v. 1814. Zij stelde voor, hetgeen wij in deGrondwet lezeri, d uitzondering te bepalen binnen den tijd

Waarom? Afstand of ruiling van grondgeb ed zal, zoo er toe besloten moet worden, meest plaats hebben bij vredesverdragen. Waarom den Koning, bij S uiterst besluit, in eene —gb«d waa 't geldt met alle krachten van den Staat te rade te „aan niet gesterkt door de toestemming van de Statengeneraal? Of waarom in vredestijd, wanneer een verkeerd gebruik van het regt van afstand oneindig minder te duchten is, dien aan de Statengeneraal

^sTt^'onderstelling, dat de Kroon ten gevold van een oorlog, niet dan uit dwang tot afstand zal komen? Maar juist over

zegden, wordt althans even gepast door de Staten generaal geoordeeld, als over de reden welke den Koning in rustige tijden tot afstand of ruiling beweegt.

In de Commissie v. 1815 schijnt men verlengrng van den oorlog te hebben gevreesd, zoo de Staten-

generaal in vervreemding moesten toestemmen. Alsof

zij, werd hierop geantwoord, zooveel onredelijker zou-

/jen ziin d&n Jg Koning ! ,

Art. 56 kende het regt van oorlog en vrede vo -

') Zie Raepsaet, Journal, 1. c. p. 70. 74.

-) L. c. p. 75.

Sluiten