Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 57.

strekt aan den Koning toe. Was het om dit in zijn geheel te doen blijven, dat men de tusschenkomst der Statengeneraal, in gevallen van afstand of ruiling, zoo beperkte, als in de laatste alinea van art. 57 geschiedde ? Ook de schijn dezer reden zou zijn verdwenen, had men in art. 56 enkel van het oorlogsregt gesproken. Moest niet vrede, die steeds bij verdrag tot stand komt, eerst in art. 57, onder de overige verdragen, zijn vermeld ?

Nog een ander punt schijnt men niet te hebben bedacht. Afstand of ruiling, zoo verre het een gebied, bij art. 1 en 2 omschreven, aangaat, is verandering der Grondwet, die niet eens van de gewone wetgevende magt afhangt. Het beginsel dier omschrijving is grondwettige vaststelling van het Rijksgebied. Noch een verdrag, noch eene gewone wet kunnen, op zich zelve, den afstand van een zoo omschreven land regtens voldingen. Vergelijk boven bl. 8, 9. Beide toch zouden, tot aan eene overeenkomstige verandedering der Grondwet, met deze in strijd zijn.

Hoe bij verkrijging of vergrooting ? Nieuw landgebied kan niet, zonder verandering der Grondwet, in het Rijk der Nederlanden worden begrepen.

Is ook de uitdrukking in § 3 van art. 57 juist ? De lijn tusschen vredes- en oorlogstijd kan niet altoos scherp worden getrokken. Een tractaat van vrede zelf is op de grens tusschen beide, daar het den oorlog sluit. Terwijl men met eene of eenige Mogendheden oorlog heeft, is men met andere in vrede. Zal de Koning, in een krijg gewikkeld, aan onzijdige Mogendheden grondgebied mogen afstaan zonder medewerking der Statengeneraal?

Sluiten