Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

A.rt. 59.

geving onbevoegd doet verklaren. Het is, ze8tr"e"' nndoenliik dat zij medewerken. Hun ontbreekt de noodige kennis. Hunne medewerking ware belemme-

rpnd voor de publieke dienst1.

De reden verdient in beide opzigten, tot de koloniale wetgeving in 't algemeen en tot die der finantien afzonderlijk, te worden beschouwd.

Ten aanzien der koloniale wetgeving m t algeis het eene reden tegen de Grondwet. Deze toch roept de Stateugeneraal bij art. 106, dat vooi a/l takken van wetgevend gezag, die niet uitdrukkelijk aan den Koning alleen zijn opgedragen, den bevoegden persoon aanwijst. Een regel dien de uitzondering, door de nu bijgevoegde tweede en derde alinea vin art. 59 omtrent het finantiele beste gemaakt in de niet uitgezonderde gevallen heeft bevestigd. Hetzelfde beginsel is zigtbaar is art. 72. Hier noemt de Grondwet de maatregelen van mwendiq bestuur ook der bezittingen m andere we-

relddeelen, in oversteUing tegen .norfiterTvemeS afzonderlijk. om te verordenen dat zijer . «« 8 bii den Raad van State worden gebragt. Zij behoudt dus die voorschriften of stukken van kolonieregeling,

„elke buiten het begrip vallen van bestuur, voor aan het gemeen overleg met de Staten^ generaal Of zou men durven aannemen,

Koning over die andere, het koloniewezen rakende voorschriften, althans niet min gewigtig dan de maat-

reX Z "ï bestuur, voorschriften waarvan

i)~Zie de antwoorden van het gouvernement in de Handelingen, 1. c. I p. 215 sq., 217 sqq.

Sluiten