Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Abt. 59.

„en ' . In Grootbritanje en Frankrijk is de gewone wetgevende magt tevens die voor de kolomen5. En dergelijke taak ware hier onvervulbaar? Zoo het oog der Vertegenwoordiging daar niet te bot is om over zee te reiken, waarom het onze? Indien de wet daar regelt en versterkt, waarom moet zij Werverwarren

of belemmeren?

Men stelle zich eenig bepaald gebied van wetgeving, bii voorbeeld het burgerlijk ofstrafregt, voor. Wanneer de regels, daartoe betrekkelijk, kunnen worden voorgeschreven door de Kroon alleen, wat hindert dat de Kroon ze overlegge met de Statengeneraal . Dit toch is het, waarop het aankomt, niet dat de wetten buiten, maar dat zij met de Kroon worden gegeven. Al het licht, dat haar zelve leidt, deelt zij mede aan de Kamers, om van deze licht te ontvangen. Zij ontwerpt; zij verklaart den toestand, waarin moet worden voorzien; de redenen om het te doen; de gronden, waarop de ontworpen bepaling rust. Ue Kamers onderzoeken; terwijl zij de voordragt met de

>) Inzonderheid aan de westindische en africaansche bezittingen. Een enkel voorbeeld uit zoovele Ordonnantiën waarbij|de re^tstoestand en publieke dienst zelfs tot in bijzonderheden werden "•eregeld • Ordonnantie v. 13 0ct. 1629, vaststellende Ordre van Resrieringe soo in Policie als Justitie, in de Plaetsen verovert ende

te veroveren in West-Indien, (Gr. PI. B. II 1235 sqq.); Instructie v. 23 August. 1636 voor dehooge en lage Regieringe in Braziil (ibid. 1247 sqq.).; Instruetien v. 5 - J

Nov 1768 voor de Regieringe der kust van Ahica (1tod. 11 2633 sqq. IX 1269 sqq.); Octroy v. i 0 Jan.166T\"IImq van de Suecessien ab intestato in Oost-Indien (ïbid. II 2633 sqq.)

") Zie mijn Brief aan een lid der Statengeneraal over art. 60

en 128 der Grondwet, Leyden, 2o Maart 1840,^p.

Sluiten