Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 61, 62.

Ook het uitvoerend, deel staat niet geheel aan den Koning. Grondwet en gewone wet schrijven ook hier bepaalde vormen van uitvoering voor, art. 199; en wel:

1°. de inrigting van het bestuur;

2°. de bevoegdheden en pligten of den werkkring

der besturende ambtenaren;

3°. heeft de Tweede Kamer zelfs deel aan de benoeming van het personeel dier ambtenaren.

Maar aan den Koning zijn de uiterlijke teekenen der oefening van het Hoogheidsregt der Munt toegelegd, in zoo verre hij de muntspecien op zijn naam, en met zijne beeldtenis mag doen slaan. Het laatste had de Constitutie v. 1806 art. 37 1 zelfs geboden. De uitdrukking der Schets van Hogendorp art. 55 was te onbepaald om, gelijk in de meeste gevallen, als grondtrek der beschrijving van het artikel der Grondwet v. 1814 te dienen,

Art. 622 afgeschreven, zonder wezenlijke verandering, uit de Grondwet v. 1814 art. 42", die haar

') De munten van den Staat worden met het beeldtenis van

den Koning geslagen. ,

62. De Koning verheft in den adelstand: al wie door den Koning in den adelstand verheven wordt, brengt de brieven van adeldom ter kennis van de Staten zijner Provincie, en deelt aanstonds in alle de voorreqten daaraan verbonden, bijzonderlijk in de bevoegdhèid, om beschreven te worden in de ridderschap, mits voldoende aan de vereischten voor dezelve bepaald.

3") De Souvereine Vorst verheft in den adelstand. Al wie door den Soucereinen Vorst in den adelstand verheven wordt, brenat het bewijs daarvan ter kennis van de Staten zijner F 10vincie of Landschap, en deelt aanstonds in alle de voorregten daaraan verbonden bijzonderlijk in de bevoegdheid, om beschre-

Sluiten