Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 63 , 64 , 65.

Hogendorp meende ook voor dit eerbewijs der monarchische Staten de deur te moeten openen, doch niet anders dan bij eene wet. Uit art. 15 zijner Schets is art. 43 1 der Grondwet v. 1814 en vervolgens ons artikel, wat het wezen betreft onveranderd, voortgekomen.

Art. 64 en 65 2. Beide artikelen door de Grondwet v. 1814 3 ontleend van de Schets art. 15. Men had ze beter, schijnt het, zaamgetrokken in één artikel 4.

De grond der tweede alinea van art. 64 en van art. 65, die wel in de Staatsregeling mogt zijn beschreven, is de uitsluitende bevoegdheid van den Koning om titels, eereteekenen, rang of waardigheid te verleenen 5.

') De Souvereine Vorst, eene Ridderorde willende instellen, draagt daaromtrent aan de Staten Generaal eene wet voor. Daarop is, nog onder dezelfde Grondwet v. 1814, de wet gevolgd v. 30 April 1815 (Stbl. N°. 33), houdende instelling van de Militaire Willemsorde.

:) Art. 64. Vreemde orden, waaraan geene verpligtingen terbonden zijn, mogen worden aangenomen door den Koning en met zijne toestemming door de Prinsen van zijn Huis.

In geen geval mogen de overige onderdanen des Konings vreemde orden aannemen, zonder deszelfs bijzonder verlof.

Art. 65. Insgelijks wordt tot het aannemen van vreemde titels, waardigheden en charges, het bijzonder verlof van den Koning vereischt.

Het is in het vervolg geen Nederlander geoorloofd, vreemden adeldom aan te nemen.

3) Art. 44 en 45.

4) Zie Proeve, boven, bl. 23, aangehaald, art. 59.

s) Vergelijk de Constitutie van Brnnswijk v. 1832 § 10.

Sluiten