Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ART. 64 , 65 , 66.

Het tweede lid van art. 65, of va» art. « der Grondwet v. 1814, is bijkans woordelijk art. 6 van het Besluit des Konings van Holland v. 1 Octob. 1809 1 Doch er staat in onze Grondwetten: geen Nederlander, in art. 6 van het genoemde Besluit: qeen van onze onderdanen, zoo als in de fransche vertaling der Grondwet v. 1815: aucun sujet du roi4. Niet alle onderdanen des Konings zijn nederlanders. De Schets van Hogendorp had: ingezetenen: dat men, van wege de onbepaalde beteekenis, bii de Grondwet v. 1814 heeft willen mijden. Het verbod is volstrekt. Zelfs de Koning kan geen nederlander verlof geven tot aanneming van vreemden

adeldom.

Art. 66 3. Wanneer men art. 49 der Grondwet v. 1814 4 legt nevens art. 47 der Schets van Hogendorp en art. 38 der Constitutie v.1806 5, meent men

n „Voor het vervolg zal geen van Onze onderdanen eenige Adelbrieven of Eerebneven mogen aannemen.

v Wet vïl7l20). Vergelijk B,»ke„h. Verhand, v. Staatsz. II 25 N°. 9, p. 322 sqq.

2-> Zie Kaepsaet, Journai, ï. v. v.

' t. T7. liot trpnt, Vflïl Oratie. 71(1

s-i Art. 66. lJe Aunmy ' ,T- .

' ingenomen advies van den Hoogen ttaaa aer

lanaen.

<) De^ouvereine Vorst verleent gratie van straf na ingenomen advies van den Hoogen Baad dei

r.,t -»

va, Straffen bij regterlijke vonnissen opgelegd. Niet te min van str aïïen> J J •/1 oefenen, dan na alvorens deleden

Sluiten