is toegevoegd aan uw favorieten.

Aanteekening op de grondwet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 68.

de Grondwet v. 1814 1 gaf de Schets van Hogendorp aanleiding bij art. 34: »De Staten-Generaal mogen, »op verzoek van de Staten van twee of meer ProBvintien, in geschil met elkander zijnde, eene Com»missie benoemen, ten einde het geschil in der minne »bij te leggen, en de wegen van rechten te voorko»men." Dat de Statengeneraal in dergelijke aangelegenheid zouden treden, moest allezins ongepast worden geoordeeld. Het was de natuurlijke taak van \ het Hoofd van het Staatsbestuur. Hogendorp was hier, door zijne herinneringen uit de geschiedenis der Republiek, op een afweg gebragt.

Reeds de Staatsregeling v. 1801 art. 64: had de beslissing aller geschillen tusschen de onderscheidene departementen aan het Staatsbewind opgedragen. Terwijl men nu, in 1814, dit regt, in de eigen bewoording, verzekerde aan den Souvereinen Vorst, bleef men voor 't overige het opstel van Hogendorp getrouw, met weglating van het slot van zijn artikel. Dan wat de Staatsregeling v. 1801 art. 64 had bijgevoegd : over en omtrent alle zaken, derzelver Bestuur betreffende: liet de Grondwet v. 1814 insgelijks weg. Moet evenwel deze beperking niet van

') Art. 48. De Souvereine Vorst beslist alle geschillen, welke tusschen twee of meer Provinciën of Landschappen zouden mogen ontstaan, wanneer Hij dezelve niet in der minne kan bijleggen.

*) Het Staatsbewind beslist alle geschillen zoo tusschen de onderscheidene Departementen, als tusschen derzelver Leden en gemeenten onderling (namelijk der Leden of Gemeenten met het Departement), over en omtrent alle zaken derzelver Bestuur betreffende.