Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 71, 73.

Raad te roepen. Zij moeten, om te kunnen worden geroepen, meerderjarig zijn. Ten aanzien van den Prins van Oranje geldt ook hier het voorregt, hem reeds in ander opzigt, bij art. 47, verleend; ten aanzien der overige Prinsen de civielregtelijke termijn van meerderjarigheid.

Men zal niet twijfelen, of de veranderingen, die art. 34 der Grondwet v. 1814 bij ons art. 73 onderging, zijn gepast. Hogendorp stelde, in de Commissie v. 1815, voor, en zij nam aan, dat de Koning buitengewone Staatsraden ten getale van acht en veertig zou kunnen benoemen1. Ook deze bepaling van maximum bleef, men ziet niet op welke aanleiding, vervolgens weg. Dan waartoe het gansche artikel ? Strekt het hoofdzakelijk om den Koning bevoegd te maken tot het geven van een zekeren titel? 1 Het ware dan beter weggebleven. Eene bevoegdheid om den schijn zonder het wezen uit te deelen, komt slechts in tijden van verval te pas. Het buitengewoon Staatsraadschap is te goed om enkel de ij delheid te voeden. De zin is ook veeleer, om zonder finantieel bezwaar, en overgroote uitbreiding van het bestendig personeel, de deuren van den Raad te openen voor elk, wiens medewerking in bijzondere gevallen door den Koning heilzaam wordt geoordeeld.

Het is de instelling van Koning Lodewijk, maar anders toegepast. Volgens het Decreet v. 8 Julij 1806 art. 7 gaf de Koning den titel en rang van Staatsra-

') Raepsaet, Journal, 1. c. p. 83. 95.

-) Volgens Raepsaet, 1. c. p. 83, zou dit de meenmg van Hogendorp zijn geweest.

Sluiten