Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Abt. 72.

opstellen van wetten en besluiten is eene kunst, bij ons zeer weinig ontwikkeld. Door zoodanig collegie, in het middenpunt van het bestuur, zonder aan het bestuur zelf deel te nemen, gezeten, kan zij worden gebragt tot die standvastige heerschappij over stofie en vorm, zonder welke men, in plaats van een stelsel van goede wetten, den eersten eisch van onzen tijd,

mislukte en verderfelijke proefnemingen erlangt. De buitengewone Staatsraden kunnen daarbij inzonderheid dienen, om de talenten van den Raad in den Raad zei ven te versterken of aan te vullen.

Men heeft soms, met name ook bij de herziening in 1840, het nut van den Raad van State in twijfel getrokken. Waarom wilde de Grondwet buiten de hoofden der ministeriële departementen een afzonderlijken Raad van State? Waarom meende zij niet, dat een Raad van ministers den Raad van State kon vervangen ? Raden en handelen, regels beramen en volgens die regels inrigten , zijn twee verschillende dingen. Maar was dit collegie tot hiertoe wat het kan zijn ? Het werd weinig geacht, omdat men noch waarborg, noch regel, noch vrucht zijner werkzaamheid zag. Had men den Raad van State eene degelijke organisatie gegeven; had men die, zoo als men in Frankrijk doet1 , overlegd met de Kamers; en aldus de grondwettige beginselen ontwikkeld door de

>) Ontwerpen van wet over de .nr.gting 'andeUgtaatsra^ zijn «iuor het Gouvernement voorgedragen in 1834, 18d&, "«i 1837 en wederom in 1840 Zie het rapport van Dalloz namens de commissie van de Kamer oer Gedeputeerden over het laatste ontwerp, in Revue de législat. publ. par Wolowski, Juillet 1840, p. 86 sqq.

Sluiten