Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 72.

advijs van den minister van buitenlandsche zaken dat van den Raad te plaatsen, is aan geen twijfel onderhevig. Doch wanneer, in welken vorm, zou de overeenkomst aan den Raad van State worden voorgelegd? Men stelt in de diplomatie gemeenlijk vast bij wederzijdsch toegeven punt voor punt. Is men overeengekomen , al heeft men nog niet geteekend, dan baat het advijs van den Raad niet meer. Is men daarentegen nog niet zoover gevorderd, dat men de maat van hetgeen de andere partij zal inwilligen, kent, dan is de vraag nog te onrijp, om er den Raad over te laten adviseren. Men kan aan dit collegie ook niet altoos den geheelen loop der onderhandeling openleggen, zoo als in de binnenlandsche zaken de reeks der voorafgaande feiten, oorzaken of overwegingen. Er ligt dus hier in de uitvoering eene moeijelijkheid, die, hoezeer in bijzondere gevallen welligt oplosbaar, terwijl men op eene zekere hoogte der onderhandeling het collegie over deze of gene beginselen raadpleegt, het stellen van een algemeenen regel op het stuk der tractaten kan hebben belet. Zie ook op Art. 57 bl. 420 en 125.

En van deszelfs bezittingen in andere werelddeelen: hier keert de vraag weder, zoo even geopperd over de algemeene maatregelen van inwendig bestuur van den Staat. Welke is de grenslijn tusschen algemeene en bijzondere maatregelen ? De uitbreiding over het koloniaal bestuur werd aangetast en verdedigd in de Commissie v. 1815

') »M yan Maanen demande si le devoir de consulter le „conseil d'état, détermiué ainsi que dessus, s'étend aussi aux

Sluiten