Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 74, 75.

van State te zijn. Inzooverre de eerste treedt in de

taak van den laatsten, kan dit slechts strekken om

dezen op zijde te schuiven of zijne werking te verzwakken.

Men heeft meermalen, en met name ook bij gelegenheid van de wijziging der Grondwet in 1840. de oprigting verlangd van een ministerie, in den zin waarin Grootbritanje en Frankrijk een ministerie beften, gegrond op eenheid van stelsel der personen.

1S eene eigenschap of wijze van formatie, door geene Grondwet voorschrijfbaar.

Volgens de Constitutien van Zweden v. 1809 8 45

en van Noorwegen v. 1814 § 21 kunnen de Prinsen

van het koninklijk Huis geen burgerlijke ambten, en

dus ook geen ministerie, bekleedenDe uitsluiting

is zeer gegrond, ook waar de letter der Constitutie haar niet verordent.

Art. 75». Reeds in de Commissie v. 1815 was voorgesteld, de verantwoordelijkheid der ministers met zooveel vvoorden in de Grondwet op te nemen. De tleer de Coninck, met anderen tot onderzoek van dit stuk benoemd, bragt een verslag uit, strekkende om te verklaren :

laa.t8t® 1'nzonderheid wordt aan de leden van het ko-

vÏ831 art 87 °ntZ0gd d°°r de Con8titutie ™n Belgie

-) Art. 75. De Hoofden der Ministeriële Departementen zijn verantwoordelijk voor alle daden door hen als zoo-

zTLTTt^ °f tot"elker daarstelling of uitvoering zy zullen hebben medegewerkt, waardoor de Grondwet of de wetten mogten geschonden of niet opgevolgd zijn.

Sluiten