Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 81.

bij de oorspronkelijke grondwetgeving, de bevolking eenige maatstaf was geweest'. Wat was dan, buiten dien grondslag, in aanmerking gekomen? Dit

werd niet bewezen.

Dat men bij de Grondwet v. 1814 geen anderen aannam, is, behalve uit de overeenkomst der getallen, waarschijnlijk uit het Besluit v. 14 Febr. 1814. De commissie, bij dat Besluit benoemd tot opmaking eener lijst van 600 notabelen, moest die kiezen over alle departementen in evenredigheid van ieders bevolking. En wat den tegenwoordigen toestand betreft, zal men, na inzage der boven2 medegedeelde tabel, vruchteloos naar de sporen zoeken van eenigen regel, die van andere eigenschappen, nevens ofinverbindtenis met de bevolking, ontleend scheen.

Het zou inderdaad wenschelijk zijn, dat men niet op de laatste alléén behoefde af te gaan. Maar zij is, onder alle, die grondslag van berekening, en daarom heeft men er zich ook elders aan gehouden, welke tot de minst willekeurige uitkomsten leidt.

Doch welken men ook kieze, het hoogste regt der provinciale Staten mag niet naar een eigendunkelijken , ongelijken of onzekeren maatstaf zijn uitgedeeld. Daarom scheen het, bij eene herziening der Grondwet , pligt, of een algemeen beginsel, in plaats van vaste getallen, uitdrukkelijk voor te schrijven; of de getallen naar het, bij de eerste verdeeling gevolgde, beginsel te verbeteren.

') Handelingen, 1. c. p. 245. 2) Bl. 216 noot 1.

Sluiten