Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 82.

zou kunnen worden benoemd, tot eene vertegenwoordiging van den adel, zonder te zeggen, dat de leden dier vertegenwoordiging erfelijk of voor 't leven zouden zitten, of ter benoeming zijn van den Souvereinen Vorst. Het scheen, dit artikel moest, met het stichten eener Eerste Kamer, vervallen. Doch de Commissie v. 1815 besloot, het in de nieuwe Constitutie onveranderd te behouden». Men wilde de deur tot eene bijzondere vertegenwoordiging van den adel in de Statengeneraal niet sluiten. Door wiens toedoen het artikel niet te min wegbleef, is duister.

De Eerste Kamer, dus bij de Grondwet v. 1815 uit theoretische liefde voor twee Kamers ingesteld, vertegenwoordigt geen bijzonderen stand. Zij vertegenwoordigt, zoo goed als de Tweede Kamer, en met deze, het geheele nederlandsche volk. Art. 79. Vergel. den eed, art. 86 , 90.

Eene standsvertegenwoordiging, tot welker invoering zoo niet de Schets van Hogendorp, althans de Grondwet v. 1814 wel neigde, is ondoenlijk bevonden, omdat bij ons de grond ontbreekt. De grond zou moeten zijn een met aanzienlijke vaste eigendommen gezeten, magtige, erfelijke of adelstand, wiens bijzonder gewigt in den Staat, gelijk in Engeland, zóó groot ware, dat hij een eigen aandeel in de algemeene regeermagt, nevens dat der overige burgers mogt vorderen. Zulk een stand is bij ons niet aanwezig. Hij kan ook alleen door majoraten worden opgehouden, die met de beginselen onzer nieuwere

l) Raepsaet, Journal, 1. c. p. 111. 164.

Sluiten