Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 83.

ten, zonder noodzaak of dringende reden, buiten de provincie zouden kiezen.

Bleek die vrees niet ijdel te zijn, gaf de vrijheid aanleiding, dat ten laatste Hagenaars of Hollanders de meerderheid hadden in de Tweede Kamer, dan zoude men tusschen twee kwaden moeten kiezen. Dan kon het tijd schijnen, de Grondwet of de wet provincialer, dan de provinciale Staten zelve, te maken. Men kon, als in Frankrijk, een vergelijk aangaan met het beginsel. In Frankrijk, waar het zoo noodig is, den invloed en het overgewigt van Parijs tegen te werken, en de kiesvergaderingen niet het provinciaal karakter hebben der onze, behoeft volgens de Charte v. 1830 art. 36, gelijk volgens die v. 1814 art. 42, slechts de helft der gekozen afgevaardigden hun »domicile politique" binnen het departement te hebben Dergelijk voorschrift zou zelfs van den beginne af hier te lande nuttig kunnen zijn, zoo onze kiezers, gelijk in Frankrijk, Grootbritanje en elders, bijzondere burgers waren.

Volgens het vroeger engelsche regt was men voor het Lagerhuis niet verkiesbaar, dan wonende ter plaatse, voor welke men wierd gekozen. Doch deze bepaling is, na ai lang niet meer in acht te zijn genomen, door 14 Geo. III c. 58 geheel afgeschaft 2.

Duitsche Constitutien, waarin men eene plaatselijke beperking der verkiesbaarheid veel eer, en met meer

1) Vergelijk de Constitutie v. 1791 Tit. III Ch. I Sect. III art. 2; t. 1799 art. 31; Senatua-Cons. organ. du 4 Aoüt 1802 art. 70; Acte additionnel du 22 Avr. 1815 art. 32.

2) Elackstone, Comment. B. I Ch. II p. 87.

Sluiten