is toegevoegd aan uw favorieten.

Aanteekening op de grondwet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 83.

Kamer, het niet van de Eerste? De Commissie v. 1815 gaf ten antwoord, wat geen antwoord schijnt: omdat de Koning benoemt ».

De uitsluiting der officieren beneden den rang van hoofdofficier is insgelijks overgenomen uit de Grondwet v. 1814 art. 60, toen men geen Eerste Kamer had, en vervolgens op deze niet toegepast. Van wege dezelfde onbegrijpelijke reden: «omdat de Koning »benoemt"'. Waarom geldt dan het verbod van art. 94 ook voor de Eerste Kamer? Inderdaad moest het ook voor deze, volgens het besluit der Commissie v. 1815, niet gelden :l. Onder de Republiek mogten krijgslieden, in 't algemeen, geen leden zijn van het collegie der Statengeneraal, zoo min als van de provinciale Staten. De herdenking van dezen regel heeft, nevens de Schets art. 38, in 1814 waarschijnlijk geleid tot de bepaling, bij het slot van ons art. 81 herhaald.

Men kon echter, schijnt het, veeleer reden vinden om krijgslieden in 't algemeen, dan om enkel officieren beneden den genoemden rang, uit te sluiten. Het strenge verband van dienst, waarin althans werkelijk dienende militairen zijn, strookt met de vrijheid, die de Vertegenwoordiger behoeft, niet wel. Een bevel van den overste kan hen van hunne zitplaats in de Kamer afroepen. Zoo, ondanks dergelijke bedenking, de majoor verkiesbaar is, waarom de kapitein niet? Is het de gepensioneerde kapitein

') Raepsaet, Journal, 1. c. p. 111. ■) Ibid.

') L. c.