is toegevoegd aan uw favorieten.

Aanteekening op de grondwet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 84.

en voor het karakter der Kamer, zeer gewigtige instelling.

Voor de kiesmagt: daar telken jare meester te zijn van de zamenstelling der Kamer voor een deel, meer waard is, dan het op eenmaal, doch niet dan na lange tusschenpoozen, gelijk in Frankrijk of Grootbritanje om de vijf of zeven jaren, te wezen van het geheel.

Voor de Kamer: op tweederlei wijs. Aan deééne zijde wordt de kring van het personeel, dat in de zoo even genoemde Rijken naar den regel vijf of zeven jaren gesloten en bijeen blijft, ieder jaar door aftreding van een derde gebroken. Te dezen aanzien is er dus bij ons wettig minder bestendigheid, jaarlijksche ebbe en vloed. Aan de andere zijde meer gestadigheid. Daar twee derde blijven zitten, heeft het reeds bekende personeel de bovenhand over het nog onbekende. Snelle of plotselijke omkeer van geest of stemming, zooverre die van de wisseling der personen afhangt, is niet zoo ligt te voorzien; er is vaster grond en geleide, dan waar eensklaps eene geheel nieuwe Kamer optreedt 1. In dit opzigt ziet men dus ook niet, waarom de Tweede Kamer zooveel meer, dan de Eerste, toegankelijk zou worden geacht voor »de driften en dwalingen van het oogenblik volgens het zeggen der Commissie v. 18151 de voorname reden tot oprigting der Eerste Kamer.

') De belgische Constitutie art. 51 heeft onze instelling, hoezeer anders gewijzigd, behouden. Vergel. de Constitutie van Baden y. 1818 § 38; van Saksen v. 1831 § 71.

:) Verslag v- 13 Jolij 1815 p. 34, 36.