Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ART. 93 , 94.

over gouvernementszaken van zijn departement, wier verklaring zij behoeven.

Men beschrijft in eene Grondwet niet alleen stellingen, zonder die beschrijving aan twijfel onderhevig. Ook de helderste waarheid, die eischt dat men er naar doe, kan gestadige herinnering door de letter noodig hebben. Uit dien hoofde stelde men voor, een voorstel, dat ten tijde der herziening in de meeste Afdeelingen der Tweede Kamer weerklank vond 1 , bij artikel 93 den regel te voegen, dat de hoofden der departementen van algemeen bestuur aan de Kamers, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, de verlangde inlichtingen gaven, waarvan het verleenen niet, om bepaalde redenen, strijdig kon worden geoordeeld met het belang en de zekerheid van het Rijk8. Zie voorts op Art. 414—118.

Zij hebben alleenlijk eene raadgevende stem: gelijk zij, op begeerte der Kamer, steeds bereid zullen zijn zich te verklaren, zoo moeten zij ook, behoudens de orde van raadpleging, op hun verlangen altoos worden gehoord.

Ten ware zij tot leden der vergadering mogten benoemd zijn: Zie op Art. 94.

Art. 94 3. Onvereenigbaarheid van ambten met het lidmaatschap der Statengeneraal. Toen in Engeland onder Willem III, gelijk vroeger, ambten en pensioe-

') Handelingen, 1. c. I p. 49. 70. 87. 113. 169. 176. 188. !) Proeve, boven, bl. 23, aangehaald, art. 83.

3) Art. 94. De leden der Staten-Generaal kunnen niet te gelijk zijn leden van de Rekenkamer, nochte eenigen aan den lande comptabelen post bekleeden.

Sluiten