Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 94.

Burgerl. Wetboek, alléén overeenkomstig de Grondwet worden verkregen9 En waar laat deze, zoo als zij in art. 6 ten aanzien van zekere andere deelen van Staatsburgerregt doet, aan de wet over te bepalen, wie lid der Statengeneraal, en wie het niet zal kunnen zijn? Zij heeft zich dit stuk uitsluitend zelve

voorbehouden.

Het verbod treft niet de leden van den Hoogen Raad alléén. Eene wet, een koninklijk Besluit kan de onvereenigbaarheid gebieden van een ambt met een ander; dan mag de keuze der grondwettige kiezers voor de Statengeneraal, die naar de Grondwet kan vallen op leden van den Hoogen Raad, door eenig ander gezag worden beperkt? Provinciale Staten verlangen welligt bij voorkeur een lid van den Hoogen Raad te benoemen om de uitwendige onafhankelijkheid zijner betrekking. Zal men hun zonder lagchen zeggen, dat zij den raadsheer kunnen benoemen ? Iemand, die den Hoogen Raad, waarin hij voor zijn leven is gesteld, zal moeten verlaten om voor drie jaren zitting te nemen in de Tweede Kamer ?

De uitsluiting der leden van den Hoogen Raad bij de wet is dubbel vreemd, omdat onze Grondwet juist de uitsluiting der leden van regterlijke collegien buiten de Statengeneraal, door de Grondwet v. 1814 art. 60 geboden, weder had afgeschaft. De Grondwet v. 1814 was daarbij, in navolging der Staatsregelingen v. 1805 art. 25' en v. 1806 art. 53% tegen

') Zie boven, bl. 256 noot 2. :) Ibid. bl. noot 3.

Sluiten