Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 94.

niet kunnen worden betoogd. Intusschen hebben zij vooraf hun advijs moeten geven over de voorstellen, aan de Statengeneraal gedaan. Dit kan hen bij het onderzoek in de Kamer belemmeren. Welligt zijn zij dan zoo gaaf niet meer, als men het daar dient te wezen. Is hierin echter wel grond genoeg, om hen volstrekt, om hen bij de wet uit te sluiten? Men geloofde het denkelijk niet, wanneer men den Raad van State op de hoogte zag, waar hij behoort te zijn.

Kerkleeraars waren, volgens de Staatsregeling v. 1798 art. 336 niet verkiesbaar tot leden van het Vertegenwoordigend Ligchaam, en volgens de Staatsregelingen v. 4801 art. 27, v. 1805 art. 13, v. 1806 art. 16 in 't algemeen niet tot posten van politiek bestuur. Het strookte met het beginsel, onder de Republiek in kracht. Naar onze reglementen omtrent de zamenstelling der provinciale Staten art. 3f, voor het bestuur der steden art. 45 en ten platten lande art. 6, kunnen leeraren bij eenige godsdienstige gezindheid zoo min leden zijn der provinciale Staten als van een gemeentebestuur 1. Het schijnt, de grond van dit verbod moest ook met opzigt tot de Statengeneraal werken. Het punt kwam in 1840 voor, en onderscheidene leden der Tweede Kamer wilden de Statengeneraal voor alle geestelijke personen sluiten\

Art. 83 zegt, dat zee- of landoflicieren, welke een

') Waarom bij diezelfde artikelen ook leeraars der jeugd worden uitgesloten, is niet wel in te zien.

"•) Handelingen, I p. 49. 88. Geestelijken zijn, doch om eene andere reden, ook van het britsche Lagerhuis uitgesloten. Zie Blackstone 1. c. B. I Ch. II p. 87.

Sluiten