Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 94 , 95 , 96.

minderen rang, dan dien van hoofdofficier hebben, niet verkiesbaar zijn. In art. 94 wordt gezegd, dat de leden der Statengeneraal niet te gelijk leden der Rekenkamer kunnen zijn, nochte eenigen aan den Lande comptabelen post bekleeden. Wat beteekent het verschil van uitdrukking? De niet verkiesbare officieren zullen verkiesbaar zijn, zoo zij vóór de keus hun ontslag hebben genomen; en de leden der Rekenkamer of rekenpligtige ambtenaren moeten, om als leden der Statengeneraal te kunnen zitten, na de keus hun ambt nederleggen.

Art. 95 i. Eene instelling der Grondwet v. 1814 art. 60 s). De Schets van Hogendorp art. 38 had het lidmaatschap der provinciale Staten bestaanbaar verklaard met dat der Statengeneraal. Men heeft alle gemeenschap na de verkiezing willen afbreken, en een strijd van pligten verhoeden.

Art. 96s. Van het onderzoek der geloofsbrieven had de Grondwet v. 1814 niet gesproken. Bij de Commissie v. 1815 ging, eerst na lange redekaveling, door, dat de Kamer zelve er toe bevoegd zou zijn 4.

1) Art. 95. Leden van provinciale Staten in eene der

Kamers van de Staten-Generaal zitting nemende, houden op tot de provinciale Staten te behoor en.

2) Vergel. de Staatsregel, v. 1805 art. 25, boven, bl. 256 noot 2, en v. 1806 art. 53, op dezelfde bladzijde noot 3.

®) Art. 96. Iedere Kamer in den haren, onderzoekt de geloofsbrieven der nieuw ingekomene leden, en beslist de geschillen, welke dienaangaande mogten oprijzen. ') Raepsaet, Journal, p. 88. 112, 113.

Sluiten