Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 101.

staat beschreven, aan den Souvereinen Vorst opgedragen bij art. 65 der Grondwet v. 1814. Men ging af van de Schets van Hogendorp art. 33, volgens welke het sluiten niet dan met «onderling goedvinden" van den Vorst en de Statengeneraal plaats moest vinden.

Het tweede lid, eene beperking van het laatste gedeelte van het eerste, werd door de Commissie van 1815 bijgevoegd. Men gunde aldus aan de Statengeneraal een vasten tijd inzonderheid ten behoeve van voorstellen, die het hun goeddacht te doen. Men had eerst dertig dagen aangenomen In de Staatsregelingen v. 1801 art. 50, v. 1805 art. 33, v. 1806 art. 55 was de tijd van bijeenblijven der gewone vergadering bepaald.

Is het een gebrek, dat de Kroon het regt mist tot ontbinding der Tweede Kamer? Sommigen hebben het, met name toen in 1840 de Grondwet werd herzien , dus beschouwd 2. Zij beriepen zich op het voorbeeld van Engeland, Frankrijk en andere landen. Dan welke zijn de gronden van dat regt? Hebben zij eene algemeene waarde in dien zin, dat zij in eiken Staat met eene Volksvertegenwoordiging de ontbindbaarheid volstrekt eischen?

De Kroon, zegt men, moet, bij tegenstand der Kamers tegen voorstellen of beginselen van het gouvernement, aan verantwoordelijke ministers toevertrouwd , de proef kunnen nemen, of de tegenstand

') Zie Kaepaaet, Journal, p. 104, 105, 113. Handelingen, lp. 44, 112. 138, 139.

Sluiten