Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 401.

Hoe dan, zoo zij het met de nieuwe Kamer evenmin kan vinden ? In den regel zal de ontbinding slechts dienen om den weerstand te versterken. De Kroon zal dezelfde proef nog eens mogen nemen, en andermaal ontbinden. En zoo zij ook nu weder dezelfde gezindheid ontmoet ? Het is niet te verbloemen: het beroep op de kiezers geschiedt onder voorwaarde, dat de Kroon aan de nieuw gekozene Vertegenwoordiging gehoorzame. Onder den naam van mede te regeren oefenen de afgevaardigden de opperregering. Het appel zelf, door hoevele instantien vervolgd, bewijst, dat de Kroon in de Kamer eene hoogere magt erkent, daar zij haar vonnis van wacht. Men maakt haar vrij van eene vroegere Kamer, om haar aan den wil eener volgende te onderwerpen. Het is uitstel van dwang, om hem onwederstaanbaar te maken. Waarom echter moet de Kroon meer naar de laatste, dan naar de vorige Kamer luisteren?

Er moet, beweert men, een middel zijn, omverschil tusschen de Kroon en de meerderheid der afgevaardigden te beslissen. De kiezers zijn dat beslissend gezag. Men plaatst dan de constitutionele met een geheel andere soort van Vertegenwoordiging op ééne lijn. Men stelt de Landsvertegenwoordigers gelijk met diplomatische gezanten, wier gedrag door den Souverein, die het opperbeleid heeft, kan worden verloochend.

Bij wie is echter, in het stelsel eener constitutionele Vertegenwoordiging, het beleid? Bij deze, of bij hen die afvaardigen? Het zoogenaamde beroep op de kiezers onderstelt het laatste. Het onderstelt, dat het om de meening der kiezers is te doen, en hij,

Sluiten