Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Abt. 103.

de Commissie v. 1815 verbeterd. Volgens de Schets van Hogendorp art. 26 en de Grondwet v. 1814 art. 67 doen de Staten Generaal alle zaken af bij meerderheid van stemmen. Onze Grondwet zegt, overeenkomstig met art. 62 der Staatsregeling v. 1798', volstrekte meerderheid. Eene stem meer dan de helft der aanwezige leden is noodig om tot een besluit te komen. Derhalve, wanneer de stemmen staken, besluit men tot het voorgestelde niet. Het had de wettige meerderheid niet; het is dus verworpen. Zoo begrijpt men het, te regt naar t schijnt, in Frankrijk. Bij de Staatswetten van andere Landen heeft men eene min goede uitkomst gevonden in het toekennen eener beslissende stem aan den voorzitter -. Hetzelfde vindt plaats in Grootbritanje, zooverre de Spreker van het Huis daar slechts, wanneer de stemmen gelijk zijn aan beide kanten, medestemt. Bij ons kan de president dergelijk voorregt, dat hij uit de Grondwet niet heeft, op geene wijs, buiten haar, erlangen.

Alle besluiten: dus ook keuze van personen. Vandaar is de inrigting noodig, bij art. 15 eerste alinea van het reglement van orde der Tweede Kamer gemaakt. Zij komt, waar betrekkelijke meerderheid besluit, niet te pas.

l) Ook ivord in elke derzelven, tot het opmaaken van een besluit, ten minste de volstrekte meerderheid van alle de teqenwoordiq zijnde Leden vereischt.

-•) Zoo als bii de Beijersche Edicten üb. die Standeversamml. Tit II § 44, en üb. die Geschaftsordn. § 91; de Constitutie van Baden v. 1818 § 74; van Saksen y. 1831 § 128. Vergel. Handelingen I p. 49, 88, 114, 139.

Sluiten