Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 411, 112, 113.

schrijft het formulier voor van goedkeuring; art. 111, gelijk art. 113, dat van niet-aanneming van een koninklijk voorstel'. De Grondwet heeft alzoo, terwijl zij uitsluitend deze twee gevallen onderstelt, geen midden gelaten tusschen aanneming en weigering. De Statengeneraal mogen een koninklijk voorstel niet veranderen. Bijvoeging staat zoo min vrij, als gedeeltelijke goedkeuring of gedeeltelijke verwerping. Ja of neen, op het voorstel in zijn geheel en al zijne deelen tevens, dat wordt gevraagd. Of mogt al eene Kamer goedvinden, artikelswijze te stemmen, afkeuring van één artikel ware, constitutioneel, geheele afkeuring.

Dan volgens art. 114 en volgg. zijn de Statengeneraal bevoegd om een voorstel aan den Koning te doen. Waarom niet een voorstel tot amendement van een koninklijk voorstel? Het voorstel des Konings, door de Tweede Kamer gewijzigd, en door haar aan de Eerste verzonden, wierd, zoo deze het

>de Tweede Kamer kennis, dat zij zich met het voor»stel des Konings aan haar door de Tweede Kamer

'°P den betrekkelijk toegezonden, heeft

ivereenigd."

Art. 113. Zoo de Eerste Kamer vermeent het voorstel niet te moeten aannemen, drukt zij zich op dezelfde wijze uit, als in art. 111.

Zij geeft daarvan kennis aan de Tweede Kamer in de volgende bewoordingen:

«De Eerste Kamer van de Staten-Generaal geeft »aan de Tweede Kamer kennis, dat zij den Koning ^eerbiediglijk verzocht heeft, deszeifs voorstel van

"den betrekkelijk in nadere overweging

»te nemen."

') Bij de twee formulieren in art. 110 en 111 zijn die van art. 68 der Grondwet v. 1814 zoo na mogeljjk gevolgd.

Sluiten