Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 111, 112, 113.

Toen men, op voorgang der fransche Constitutie v. 13 Dec. 1799 art. 34 1, bij de Staatsregelingen y. 1801 art. 50, v. 1805 art. 26, v. 1806 art. 57 *, dergelijke bepaling maakte, moest men er het strenge gevolg in herkennen van de stelling, dat alléén het Gouvernement mogt voordragen. Bij onze Grondwet, waar men het gevolg overnam zonder het beginsel, kan men meer dan één voordeel op 't oog hebben gehad. De bepaling was heilzaam, zoo aldus voor de eenheid van het ontwerp, ten aanzien van inhoud en vorm, wierd gezorgd. Ook de raadpleging won. Eene deliberatie, die alleen op het voorstel in zijn verband is gerigt, loopt minder gevaar van het spoor te komen of eenzijdig te worden, dan waar op ieder artikel afzonderlijk ja of neen moet worden gezegd.

Moeten dan de Statengeneraal of wegens sommige deelen, die zij afkeuren, het gansche ontwerp van de hand wijzen; of, omgekeerd, stellingen, die zij verkeerd, schadelijk ja verderfelijk achten, voor wet la-

"Qoe si après avoir transmis, par la deuxième chambre, »nne proposition a la première , celle-ci trouve nécessaire de • faire un amendement, elle est tenue de renvoyer la proposition avec 1'amendement proposé a la deuxième chambre. (C'était »un doute de M. Mollerus)."

') Vergel. de fransche Constitutie v. 23 Sept. 1795 art 76 86, 95.

=) Staatsregel, v. 1801 art. 50: Tot de stemming overgegaan zijnde, brengen alle rijf en dertig Leden hunne stem uit bij ja of neen.

Staatsregel, v. 1805 art. 26: Be Vergadering van H. H. M. — vereenigt zich met de voordragt of verwerpt dezelve , zonder daarin eeriige verandering of wijziging te maken. Herhaald bij de Constitutie v. 1806 art. 57. Vergel. art. 44.

Sluiten