Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 111, 112, 113.

mer dient niet enkel tot aanneming of verwerping. De edelste vrucht harer medewerking met het Gouvernement bestaat in de wederkeerige aanvulling van inzigt, en daaruit ontsprongen verbetering van 't geen aan hunne gemeenschappelijke deliberatie is onderworpen. Eene verbetering die eerst, nadat de Kamer in haar geheel kennis heeft genomen van het onderwerp, met gevolg kan worden beproefd.

Al wierd het stuk der amendementen dus hervormd, eene groote zwarigheid blijft nog overig. De Regering heeft, naar het gevoelen der Kamer, het ontwerp over 't algemeen verbeterd, maar er zijn nog punten in, welke de Kamer, of leden der Kamer, niet aannemelijk vinden. Is het met de betrekking van de Statengeneraal tot de Kroon overeenkomstig, is het in 't belang eener goede wetgeving, dat zij worden gedwongen tusschen afwijzing van het voorstel om sommige gebreken, en bekrachtiging met die gebreken, te kiezen? Alle aanleiding om met het strengste pligtbesef een vergelijk aan te gaan, moet uit de werkplaats der wetgeving bovenal worden geweerd. Nu is de Kamer, zonder twijfel, bevoegd om stuks- of artikelswijze over het voorstel te raadplegen en te stemmen. Afzonderlijke raadpleging over de deelen of artikelen, volgende op die over het ontwerp in 't algemeen, is zelfs onmisbare voorwaarde eener volledige, wel bestuurde discussie. Zoodanige raadpleging en stemming had ook het onschatbare voordeel om wat aan de meerderheid in het ontwerp mishaagde, helder te doen uitkomen. Maar genoegzaam is, zoo lang de vergadering ten laatste toch het ontwerp, gelijk het door de Kroon werd voorgesteld,

Sluiten