Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 114—418.

zij antwoord begeert, te verzenden aan een minister, enkel ten einde hij er op lette of ze behartige ? Hierover zou men lang kunnen twisten. Dan het is beslist bij het koninklijk Besluit v. 17 Maart 1841, zooverre de hoofden der departementen van algemeen bestuur bij § 2 van dat Besluit worden gelast »aan »te nemen de verzoekschriften, welke door eene der «beide Kamers aan hen eenvoudig mogten zijn geren»voyeerd." Zie op Art. 159.

Streng genomen schrijft de Grondwet enkel de handelwijze omtrent wetsontwerpen voor. Hoe met andere voorstellen der Statengeneraal moet worden gehandeld, zegt zij niet, behalve dat art. 72 den Koning oplegt, die ter overweging te brengen bij den Raad van State. Bij de herziening ware het niet overtollig geweest te verklaren, hoeverre de vormen, in art. 114-118 bepaald, ook buiten den kring van wetsontwerpen binden. De formulieren in art. 116-118 zou men algemeen toepasselijk hebben gemaakt, zoo men nevens de slotwoorden van het tweede formulier in art. 117 andere had geplaatst, te kiezen waar het geen wetsontwerp gold: b. v. »aan den Koning heeft aangeboden," voor: ter bekrachtiging heeft gezonden 1. Het kon dan tevens, om haarkloverij in bijzondere gevallen te verhoeden, voorzigtig zijn geoordeeld , het eerste formulier van datzelfde artikel eenvoudiger te stellen; en alleen te zeggen, dat »de «Statengeneraal het nevensgaande voorstel den Koning «aanbiedende, eerbiedig zijne bewilliging op hetzelve «verzoeken."

') Zie Proeve, boven, bl. 23, aangehaald, art. 109

Sluiten