Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 120, 121.

val heeft het voorstel kracht van wet van den dag der verleende koninklijke bewilliging af. Doch wanneer in het eerste geval?

En worden door den Koning afgekondigd: wanneer? is het de meening der Grondwet, den termijn der afkondiging in het believen te laten der uitvoerende Magt? De Staatsregeling v. 1798 art. 103 1 had dien naauwkeurig voorgeschreven. Inderdaad is de uitvoerende Magt, als zoodanig, gehouden om uit te voeren wat wet is. Zij heeft geene magt om niet uit te voeren of de uitvoering te schorsen.

Is de wet, door den Koning en de Statengeneraal aangenomen, enkel afkondigbaar, of moet zij dadelijk worden afgekondigd? Is niet het laatste de zin van de woorden in art. 120; en worden door den Koning afgekondigd ?

Al kan hieraan niet worden getwijfeld, de letter is soms krachtiger, dan de zin. En sedert lang heeft men aangemerkt, dat de Grondwet wél zou hebben gedaan een uitdrukkelijken regel te geven

') Het Uitvoerend Bewind doet de Wetten, aan hetzelve door het Vertegenwoordigend Lichaam in de gewone form toegezonden, binnen drie dagen, en, ingeval van onverwijlde noodzaaklijkheid, binnen vier en twintig uuren , na der zeiver ontvangst , registreer en , parapheren, teekenen, in de Residentieplaats afkondigen, en voords verzenden aan de Departementaale Besturen, ter verdere bekendmaking, en aan de Nationaale Commissarissen of Ambtenaren , tot derzelver narigt. Vergelijk de fransche Constitutie van 1795, art. 128—131. Die y. 1799 art. 37 zeide : »Tout décret dn corps législatif, »le dixième jour après sou étuissiou, est protnulgué par le «premier consul.'-

Sluiten