Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 122.

ris 1 of den Koning van Holland 2. De voordragt is, uit haren aard, eene verrigting van gouvernement, en daarom hier der Kroon als pligt geboden. De beschrijving van art. 422 is gevolgd naar het eerste lid van art. 703 der Grondwet v. 4814, waarbij de uitdrukking der Schets van Hogendorp art. 29: »de «Statengeneraal geven hunne toestemming:" werd verbeterd. Men liet in ons artikel jaarlijksche weg, dat evenmin strookte met de volgende artikelen, als met art. 71 der Grondwet v. 1814 zelve.

In de gewone vergadering: de jaarlijkscbe termijn van inzending was voorgeschreven in alle vorige Staatsregelingen. De Schets van Hogendorp art. 29 zeide, sprekende slechts van de eerste voordragt: »in de «eerste gewone vergaderingen;" de Grondwet v. 1814 art. 71, uit dien zelfden hoofde, desgelijks: in het begin der eerste gewone vergadering. De Grondwet v. 1815 stelde weder een gemeenen regel voor

art 40, de Begrooting der benodigde Uitgaven, en de middelen tot goedmaking derzelve voor het volgende jaar, aan het Wetgevend Ligchaam voor.

') Staatsregel, v. 1805 art. 58. Op den eersten dag der Najaarszitting van H. H. M., levert de Raadpensionaris aan de Vergadering van R. H. M. in eene algemeene en gedetailleerde Begrooting van Staatsbehoeften over het volqende jaar

) Constitutie v. 1806 art. 44. In het begin van elke qewone Zitting, levert de Koning aan het Wetgevend Ligchaam in eene algemeene en uitgewerkte begrooting van Staatsbehoeften over het volgend jaar.

3). De inwilliging der Staten Generaal wordt vereischt op ae ) aar lij ksche begrooting der uitgaven van den Staat welke hun door den Souvereinen Vorst wordt ingezonden.

Zij raadplegen vervolgens over de voorgeslagen middelen tot vinding van dezelve.

Sluiten