Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 125. 126.

nomen, wierden dan gevestigd door de wet. Het hangt van de Tweede Kamer af. Gelijk het van haar zou afhangen, op het aldus ingerigte Hoofdstuk de behandeling, boven' voorgesteld, toepassende, met hulp van het algemeene verslag orde en licht in de openbare overweging te brengen.

De weg, dien men zou betreden, is niet geheel nieuw, schoon nog niet in allen deele onderzocht. Men heeft voorgang van de zijde van Frankrijk. De verdeeling van het budget van elk ministerie in hoofdstukken, reeds geboden door de ordonnantie v. 1 Sept. 1827, is door de wet v. 29 Jan. 1831, art. 11 en 12 bekrachtigd. Dat van sommige ministeriën telt tot veertig of vijftig kapittels. Niet slechts over elk dier kapittels, maar ook over hunne onderdeelen of artikels, ingeval deze eenig amendement uitlokken, wordt afzonderlijk gestemd.

Art. 126 Het voorschrift is gegrond op de algemeene bevoegdheid der Statengeneraal, als tak der wetgevende magt, om toezigt te oefenen over de uitvoering der wetten3. Ten einde hen daartoe met betrekking tot de finantiële huishouding in

') Op Art. 111-113 bl. 308, 309.

:) Art. 126. De Koning doet jaarlijks aan de StatenGeneraal een uitvoerig verslag geven, van het gebruik der geldmiddelen. De ontvangsten en uitgaven van ieder afgeloopen dienstjaar door de Algemeene Rekenkamer afgesloten zijnde, wordt de alzoo afgeslotene rekening, welke zoowel de ontvangsten als de uitgaven moet bevatten, jaarlijks aan de Staten-Generaal medegedeeld.

') Vergelijk boven op Art. 77 bl. 201, 202.

Sluiten