Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de uitvoering; terwijl de overigen, als conseil, binnen raadpleging en toezigt of controle bleven. Intusschen verboden de revolutiebegrippen van eenheid en van afscheiding der magten, evenzeer als het beginsel der nieuwe verdeeling in departementen, waartoe inzonderheid de vrees voor provincialisme medewerkte, aan het departementaal collegie een karakter van zelfstandige vertegenwoordiging te geven1. Zoo lang de eenheid van Frankrijk op de nieuwe grondslagen niet volkomen was gevestigd, moest men gemeentelijke onafhankelijkheid der deelen niet als ontvouwing, maar als hinderpaal der nationale vrijheid beschouwen.

Onder de volgende Staatsregelingen werd het bestuur nog strenger in één middenpunt zaamgetrokken Die v. 1795 art. 174 en 177 liet in elk departement slechts een, door de burgerij gekozen, uitvoerend collegie van vijf leden overig. Onder de Constitutie v. 1799 herstelde dé wet v. 28 Pluvióse an VIII en het Sénatusconsulte au X wel, nevens den prefect en het conseil de préfecture, een conseil général de département, maar benoemd door het hoofd van den Staat, voor de repartitie der directe belastingen, de raadpleging over de begrooting der departementale uitgaven, en als voorspraak der huishoudelijke belangen bij het algemeen gouvernement.

Onder Lodewijk XVIII en Karei X beproefde men vruchteloos, zich uit het napoleontische stelsel los te maken. Doch de Charte v. 1830 waarborgde in art. 68

') Zie het voorstel van het Comité de constitution, le Monit. 1789 n°. 64 en 65, p. 264 sqq.; de Instructie v. 8 Jan. 1790, en de Staatsregeling v. 1791 Ch. IV Sect. II art. 2.

1*

Sluiten