Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ART. 128.

mg aanleiding tot werkzaamheid. Misschien te zamen dezelfde hoeveelheid van ijver, als bij eene matige vergadering, maar in zóóveel oneindig kleine deeltjes opgelost, dat hij krachteloos blijft.

Deze bedenkingen zijn zelfs op een collegie van algemeene Vertegenwoordiging, hoe glansrijk en veelomvattend hare taak zij, toepasselijk. Maar zal niet die eener provinciale Vertegenwoordiging inzonderheid

door eene kleine beter, dan door eene groote vergadering worden volbragt? De provinciale Vertegenwoordiging moet dieper, dan de algemeene in de bijzonderheden van het bestuur treden. De laa.tste blijft doorgaans bij onderzoek van 't geen haar door het gouvernement wordt voorgesteld; bij de eerste moet, uit den aard der zaak, het voorstel, de beweging , van de vergadering zelve komen 1.

Zij kon honderd en meer leden tellen, zoo zij, in plaats van zelve te bandelen, liet doen, en zich slechts goedkeuring voorbehield. Dan hoe men ook de werkzaamheden verdeele, wat men ook aan comraissien opdrage, aan de volle vergadering zal meer, dan toezigt en afnemen van rekenschap, moeten verblijven. Eene Vertegenwoordiging, tot die twee dmgen beperkt, niet geroepen om besluiten van regering e nemen, zal dra zich zelve tot last en wezenloos zijn.

Let men uitsluitend op den eisch eener goede regering, het collegie der grootste en volkrijkste provincie zal misschien met vijf en twintig of dertig, dat

=1 Beaeren^ii, meen ik, niet enkel besturen. Bestuur is een deel der regering. Men regeert in de eerste plaats door wetten.

Sluiten