is toegevoegd aan uw favorieten.

Aanteekening op de grondwet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 130—432.

zonderd houdt, en hen een publiek regtin huisselijke eenzaamheid laat oefenen. Het is slechts eene der kwade eigenschappen dezer manier, dat de keuze altijd, hoe klein het getal der uitgebragte stemmen zij, volkomen gevolg heeft. Dit wordt althans gemijd , waar, zoo als in de beijersche gemeenten, elk , in eene bij het lot bepaalde orde, mondeling zijne stem geeft, door het bureau ter stem verzameling in een protocol opgeteekend>; en de stemming, zonder het houden eener formele vergadering, dagen achtereen zoolang wordt voortgezet, tot dat twee derde der stemgeregtigden hebben gestemd 2. Men zag daar, gelijk bij ons, op tegen eene gezamenlijk stemmende burgermenigte; een angst, die met schrikbeelden uit den revolutietijd gestoffeerd, elders alom reeds voorredenen van meer gewigt moest wijken. Ten onzen aanzien kan de vraag alleen zijn, of zoodanige vergaderingen in genoegzaam aantal zullen worden bezocht 3. Men zal vroeger of later den moed hebben, of worden gedwongen, om de ondervinding te laten beslissen.

Hoe dit zij, noch het voorschrift over de vormen van stemming, noch de overige deelen van art. 131 en 132 behooren in eene Grondwet. Hogendorp bragt ze er in bij ontstentenis van een ander middel, om, daar geheel het kiesstelsel aan plaatselijke reglementen

verbleef, deheerschappijeenigeralgemeene,hoogstnoodige, maar met de overlevering strijdige, grondstellin-

') Gemeinde-Wahlordn. § 41, 44, 57-60.

2) Ibid. § 48, 49, 57-60.

3) Yergel. Ov. de Herv. v. ons kiesst. p. 50, 51.